arrow_drop_up arrow_drop_down
10 juni 2016 

Zorgregeling

Lyrics: Dolly Parton – D-I-V-O-R-C-E

Watch him smile
he thinks it’s Christmas or his fifth birthday
And he thinks C-U-S-T-O-D-Y spells fun or play
I spell out all the hurtin’ words
and I turn my head when I speak
Cause I can’t spell away this hurt
that’s dripping down my cheeks
Our D-I-V-O-R-C-E becomes final today

Zijn er kinderen, dan is het sinds ‘de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’, verplicht om een ouderschapsplan te voegen bij het echtscheidingsverzoek of het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap.
In het ouderschapsplan wordt de zorgregeling beschreven. Dit betreft de praktische zorgregeling over de vraag waar wonen de kinderen, oftewel waar is het hoofdverblijf van de kinderen? Hoe draag je als ex-partners de zorg voor de kinderen (‘de zorgregeling’)? Waarover vindt overleg plaats (‘informatieregeling’) en hoe? Wie beslist wat (‘gezagsregeling’)? Wie betaalt wat (‘kinderalimentatie’)?

In het ouderschapsplan wordt de zorgregeling beschreven.

Inhoud

 

Gezamenlijk gezag

Samen beslissen over de kinderen is vanzelfsprekend als je samenwoont. Wanneer je uit elkaar gaat roept dit nog wel eens de vraag op hoe dat dan moet. Moet je over alles overleggen? Mag je alleen beslissen naar welke school de kinderen gaan? En wat als je het nou niet eens kunt worden?
Het gezamenlijk gezag houdt in het recht en de plicht om het kind op te voeden en te verzorgen. Belangrijke beslissingen aangaande het kind kunnen de ouders niet alleen nemen. Deze beslissingen moeten samen worden genomen. Dit gaat bijvoorbeeld over schoolkeuze of een medische behandeling.

Als je getrouwd bent en je krijgt kinderen, of als je samen (erkende) kinderen hebt en je trouwt, dan heb je automatisch gezamenlijk gezag over je kinderen. Belangrijke beslissingen aangaande de kinderen moeten dan samen worden genomen.

Wanneer je niet bent getrouwd dan heeft alleen de moeder van rechtswege het gezag. Om ook de andere ouder gezag te laten verkrijgen dienen formulieren (te vinden op www.rechtspraak.nl) te worden ingevuld en ingediend bij de sector kanton van de rechtbank van de regio waar de kinderen zijn geboren. Als beide ouders de aanvraag voor het gezamenlijk gezag invullen dan wordt dit eenvoudig (zonder procedure met mondelinge behandeling en dergelijke) door de rechtbank vastgesteld. Wanneer de moeder hiermee niet instemt dan zal de vader bij de rechtbank moeten verzoeken om ook hem met het gezag te belasten.

Deze verzoeken worden alleen afgewezen als aannemelijk wordt dat gezamenlijk gezag in strijd is met de belangen van de kinderen, of wanneer de kinderen tussen de ouders ‘klem of verloren’ zullen geraken, bijvoorbeeld doordat de communicatie tussen de ouders zo slecht is dat er gewoonweg geen enkele beslissing meer genomen zal kunnen worden als de ouders dat samen moeten doen.

Gezamenlijk gezag ook na scheiding

Het ‘gezamenlijk gezag’ dat van rechtswege bestaat door het huwelijk of geregistreerd partnerschap blijft in de regel ook na de scheiding in stand. Dit is alleen anders als een situatie zou ontstaan in strijd met het belang van de kinderen of waardoor de kinderen ‘klem of verloren’ zouden geraken, zoals ik hiervoor al noemde. Dit wordt niet zomaar aangenomen. Er moet dan heel veel aan de hand zijn, meer dan een verslechterde relatie bij een scheiding.

Ook na de scheiding moeten belangrijke zaken over de kinderen dus in de regel samen worden geregeld. Hierover kunnen in het ouderschapsplan afspraken worden gemaakt. Waarover moet je samen beslissen, wat kan de hoofdverzorgende ouder alleen beslissen of waarover is overleg nodig. Ook kunnen afspraken worden gemaakt over de manier waarop het overleg plaats zal vinden. Over belangrijke zaken moet je dus samen blijven beslissen. Als je er niet uitkomt moet je de vraag aan de rechter voorleggen. Die zal dan eerst kijken of ouders er echt niet samen uit kunnen komen. Om problemen in de toekomst te voorkomen is een goed ouderschapsplan van groot belang.

Hoofdverblijf

Volgens de wet volgt de woonplaats van de kinderen, de woonplaats van de ouders met gezag. Wanneer de ouders niet meer op hetzelfde adres wonen moeten zij dus beslissen waar het kind hoofdverblijf heeft en waar het ingeschreven zal zijn. De ouder bij wie het kind is ingeschreven ontvangt de kinderbijslag en kan aanspraak maken op fiscale voordelenvoor de alleenstaande ouder. Dat een kind bij een ouder staat ingeschreven betekent niet dat de zorg feitelijk niet gelijk gedeeld kan zijn. Hierover worden door het vaststellen van een zorgregeling nadere afspraken gemaakt. In verband met de financiële voordelen zie je in de praktijk ook wel dat bij een gedeelde zorg voor twee kinderen, één kind bij de ene ouder en één kind bij de andere ouder staat ingeschreven.

Praktische zorgregeling

Na de scheiding wonen de ouders niet meer samen. Zij willen vaak wel samen de praktische zorg voor de kinderen blijven dragen. Hierover moeten dan afspraken worden gemaakt die in het ouderschapsplan worden vastgelegd. Ouders kunnen afspreken dat er een hoofdverzorgende ouder is en dat met de andere ouder een zorgregeling wordt uitgevoerd. Vroeger zag je vaak dat er een zogenaamde standaard weekendregeling werd afgesproken waarbij de ene ouder eens per veertien dagen gedurende het weekend en de helft van de vakanties en feestdagen de zorg draagt. Dit is echter geen standaard of minimum regeling. Dit is slechts een mogelijkheid om de zorg te verdelen.

Tegenwoordig zie je steeds vaker dat beide ouders tijdens de (huwelijkse) samenleving een belangrijk aandeel hebben in de zorgtaken. ‘De man die op zondag het vlees snijdt’ wordt steeds schaarser evenals ‘de echte huisvrouw’. Het is dan ook logisch dat je nu steeds meer ziet dat de zorg na de scheiding meer evenredig wordt gedeeld. Er wordt dan van co-ouderschap gesproken. Dit is geen juridisch begrip. Over het algemeen wordt hiermee bedoeld dat de zorg ongeveer gelijk over de ouders is gedeeld.

Bij het overeenkomen van een zorgregeling is het handig om ook te denken aan de vakanties, feestdagen en verjaardagen van de kinderen, ouders maar ook van bijvoorbeeld opa’s en oma’s.

Zorgregeling-voor-hele-jonge-kinderen-en-hechting

Jonge kinderen, in de leeftijd van 0 tot 6 jaar, zijn nog druk bezig met hun hechtingsontwikkeling. In deze periode leren kinderen relaties aan te gaan en zich te hechten aan anderen. Een goede hechting is de basis voor de ontwikkeling tot gezonde volwassene. Bij het vaststellen van een zorgregeling voor deze kleintjes, moet de veilige hechting uitgangspunt zijn.

Kinderen van 0 tot 3 jaar hebben echt één vaste plek nodig. Deze kinderen hebben namelijk maar één primaire hechtingsfiguur. Deze persoon biedt de veilige haven van waaruit de wereld wordt ontdekt. Bij het vaststellenvan een zorgregeling moet hiermee rekening gehouden worden anders loop je het risico dat het kind zich niet veilig zal hechten.

Dit kan grote schade veroorzaken. Een co-ouderschap of een weekend-regeling kan nog niet. Het kind wordt dan te lang gescheiden van de eerste hechtingsfiguur. Ook is, één of twee weken geen contact met de andere ouder, voor deze jonge kinderen een te lange periode. Om ervoor te zorgen dat het kind een goede band opbouwt en onderhoudt met de andere ouder is de beste zorgregeling een zorgregeling die bestaat uit korte regelmatige contacten met die andere ouder, bijvoorbeeld drie keer per week een paar uur of een dagdeel. Wanneer het kind de leeftijd van 3 jaar heeft bereikt kan heel geleidelijk worden overgegaan op een iets minder frequente regeling, waarbij de contacten langzaam maar zeker een langere duur hebben.

Birdnesting

Een gevolg van de meest gangbare zorgregeling is dat de kinderen eens in de zoveel tijd van huis wisselen. Van het huis van de ene ouder naar het huis van de andere ouder. Om te ervaren hoe dit is zouden ouders eigenlijk verplicht moeten birdnesten. Birdnesting houdt in dat de kinderen in de hoofdwoning wonen (het nest), de ouders vliegen om de zoveel tijd in en uit. De ene week zit moeder op het nest, de volgende week vader. De kinderen hebben hun vaste stek. Voor ouders is dit meestal niet erg lang vol te houden. Het nest valt bijvoorbeeld uiteen wanneer er voor een van de ouders een nieuwe partner ten tonele verschijnt. Birdnesting is ook niet erg goedkoop. Ideaal gezien heb je hiervoor drie huizen nodig, het nest en twee plekken voor de respectievelijke ouders, ervan uitgaande dat ze het tweede huis niet willen delen.

Informatieregeling

Ouders zijn verplicht elkaar te ‘informeren en te consulteren’ (overleggen) over zaken aangaande de kinderen. Deze verplichting hangt deels samen met de gezagsregeling. Zonder informatie is invulling van gezag ook niet goed denkbaar. Wat moet je namelijk beslissen over een medische behandeling als je niet goed op de hoogte bent van de inhoud hiervan? Ook wanneer er geen gezamenlijk ouderlijk gezag is, bestaat de informatie en consultatieplicht tussen ouders. Over de informatie en consultatie kunnen ouders in het ouderschapsplan afspraken maken. Deze afspraken kunnen gaan over de vraag waarover geïnformeerd dient te worden en hoe. Je kunt dit, al naar gelang jullie behoefte, tot in de puntjes of alleen op hoofdlijnen regelen.

Kinderalimentatie

In het ouderschapsplan dient ook een ‘financiële zorgregeling’ te worden vastgesteld. Alimentatie voor de kinderen (tot 21 jaar) heeft sinds ‘de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’, voorrang. Dat betekent dat kinderalimentatie voorgaat boven partneralimentatie. Je kan van het recht op kinderalimentatie ook niet afzien. Dat is ook logisch want het is eigenlijk een recht van de kinderen. Alimentatie moet volgens de wet worden betaald tot het kind 21 jaar oud is. Alimentatie voor kinderen onder de 18 heet ‘een bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging’.

Een bijdrage voor jong meerderjarigen tot 21 jaar wordt ‘een bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud’ genoemd. Een eerder vastgestelde bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging wordt vanzelf omgezet in een bijdrage voor studie en levensonderhoud als het kind 18 wordt. De bijdrage mag dan in plaats van aan de verzorgende ouder aan het kind zelf worden betaald.

Draagkracht

Wanneer er draagkracht bestaat dient een kinderbijdrage te worden vastgesteld. Draagkracht is de financiële ruimte die resteert na het betalen van bepaalde lasten voor leven, wonen, ziektekosten en dergelijke. De werkgroep Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft een standaard alimentatieberekening ontworpen. Hierbij zijn regels opgesteld (de zogenaamde Tremanormen) over wat je wel als last mag meetellen en wat niet.

Als je bijvoorbeeld een schuld aangaat om een auto te kopen omdat je zonder auto niet op je werk kunt komen dan mag je de rentelast en de aflossing in principe ten laste van je draagkracht brengen. Nu je een schuld hebt en hieraan maandelijkse lasten vastzitten heb je minder ruimte over voor alimentatie. Als je nu een schuld aangaat omdat je, op afbetaling de nieuwste 3D televisie hebt aangeschaft dan wordt die schuld niet als noodzakelijk gezien. De lasten die met die schuld verband houden mag je dan niet aftrekken van je draagkracht.

Het kan voorkomen dat er na aftrek van de kosten geen draagkracht overblijft. Als de zorg voor de kinderen bij de andere ouder ligt dan krijgt deze geen bijdrage voor de kinderen. Zo kan het zijn dat iemand met een besteedbaar inkomen van € 1.300,- geen draagkracht overhoudt na het betalen van de lasten. De andere ouder, die vanwege de zorg voor de kinderen niet fulltime kan werken, en een inkomen heeft van maar € 1.000,-, moet dan aanvullende bijstand aanvragen. Deze ouder moet dan met twee kinderen leven van ongeveer € 1.180,- terwijl de andere ouder (alleen voor zichzelf) € 1.300,- per maand mag besteden. Omdat dergelijke uitkomsten van de huidige rekenmethode niet redelijk worden geacht gaan er nu in Den Haag stemmen op om een minimumalimentatie voor kinderen vast te stellen en om de rekenmethode te vereenvoudigen.

Behoefte

Naast de draagkracht is ook de behoefte van de kinderen van belang. De behoefte is het bedrag dat nodig is om te voorzien in de kosten van de kinderen. Het gaat dan om wat de kinderen nodig hebben. Om niet in elke zaak bonnetjes te moeten optellen om tot dit bedrag te komen heeft de werkgroep Alimentatienormen ook hiervoor regels opgesteld.

De behoefte wordt volgens die regels bepaald aan de hand van het besteedbaar gezinsinkomen van partijen toen ze nog samen waren. De achterliggende gedachte is dat een bepaald percentage van het gezinsinkomen wordt besteed aan de kinderen. Voor één kind is dat gemiddeld 19%, voor twee kinderen 27%, voor drie kinderen 34% en voor vier of meer kinderen 39%. De kosten van de kinderen worden berekend door het Nationaal Instituut Budgettering, het Nibud. Jaarlijks geeft het Nibud een overzicht uit van de kosten van de kinderen gerelateerd aan het gezinsinkomen.

De normen van de werkgroep zijn bedoeld als richtlijnen. Als je in het specifieke geval kunt aantonen dat de behoefte in werkelijkheid hoger is dan wordt hiermee rekening gehouden. Dit kan het geval zijn als een kind bijvoorbeeld een topsport beoefent of op een hoog niveau musiceert. Maar ook als een kind een handicap heeft en dus extra zorg nodig heeft. Ook mogen partijen in onderling overleg van deze normen afwijken en de kinderalimentatie op een ander redelijk bedrag vaststellen.

verdelen kosten

Wanneer je van beide ouders de draagkracht hebt bepaald en de behoefte van de kinderen hebt vastgesteld dan is de laatste stap het verdelen van de kosten van de kinderen (de behoefte) over de ouders. Dit gaat naar rato van draagkracht. Stel de situatie waarin de behoefte van twee kinderen wordt vastgesteld op € 700,-. Vader heeft een draagkracht van € 1.500,- (¾ van de totale draagkracht van ouders samen). Moeder een draagkracht van € 500,- (¼ van de totale draagkracht van ouders samen). Dan betaalt vader ¾ van de kosten van de kinderen ad. € 700,- zijnde € 525,- en moeder € 175,-. Wanneer de kinderen bij moeder wonen dan betaalt vader aan moeder een bedrag van € 525,- per maand voor beide kinderen. De kinderalimentatie wordt per kind vastgesteld zodat vader in dit voorbeeld een bedrag van € 262,50 per kind, per maand betaalt.

Als er co-ouderschap is dan wordt hiermee bij het berekenen van de behoefte en draagkracht rekening gehouden. Omdat de kosten van de kinderen naar rato van draagkracht (dus niet noodzakelijkerwijs gelijk) worden verdeeld kan er ook bij co-ouderschap sprake zijn van kinderalimentatie.

Alimentatieberekening

Met betrekking tot de hoogte van alimentatie kan de advocaat één of meer berekeningen maken. Hiervoor heeft de advocaat allerlei financiële gegevens nodig over inkomen en lasten van de ouders.

Indexering

Jaarlijks wordt de alimentatie geïndexeerd. Deze indexering dient ter bescherming van de koopkracht. De hoogte van de indexering vind je ook terug op de site van het Nibud en het LBIO.

Forfait

De ouder die de kinderalimentatie betaalt komt meestal in aanmerking voor een forfaitaire aftrekpost in het kader van de inkomstenbelasting (deze regeling is per 1 januari 2015 afgeschaft). Het te betalen alimentatiebedrag plus de andere kosten die deze ouder voor een kind betaalt dienen dan boven een bepaalde grens te zijn. Verder mag deze ouder ten behoeve van dat kind geen kinderbijslag ontvangen.

Wetsvoorstel

Er is een wetsvoorstel in de maak om de berekening van de kinder-alimentatie te vereenvoudigen en om een minimum bedrag vast te stellen.

Ouderschapsplan met uitgebreid voorbeeld en zorgmodel

Al de zaken die zojuist zijn beschreven kan je in het ouderschapsplan opnemen. Je kunt een uitgebreid ouderschapsplan opstellen maar ook één op basispunten. In het ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken staan over, hoe:

      • De zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld of het recht en de verplichting tot omgang met de kinderen wordt geregeld;
      • De ouders elkaar informatie geven over hun minderjarige kinderen;
      • De kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen worden verdeeld (kinderalimentatie).

Hier zal ik een uitgebreid ouderschapsplan met zorgmodel opnemen. Jullie kunnen dan zelf kiezen wat bij jullie opvoedstijl en jullie kinderen past. Het voorbeeld van een zeer uitgebreid ouderschapsplan is een ontwerp van Cees van Leuven en Annelies Hendriks. Voor meer informatie is een bezoek aan hun website www.zorgmodel.nl zeker aan te bevelen.

Over de schrijver
Mijn naam is Sarah Köller. Ik ben advocaat mediator met een eigen praktijk op Walcheren (Zeeland) en in Amsterdam. Ik ben gespecialiseerd in het begeleiden van mensen die gaan scheiden. Daarnaast geef ik opleiding aan andere gespecialiseerde advocaten en mediators. In 2012 schreef ik het boek ‘scheiden’ en in 2015 het boek ‘trouwen’. Ik studeer psychologie aan de open universiteit. Gedegen kennis van de psychologie is naar mijn mening van onschatbare waarde in de familierechtpraktijk. Mijn missie: Een scheiding zonder verliezers!
Ben

Door

Ben

op 21 September 2016

Beste, U Schrijft: De ouder die de kinderalimentatie betaalt komt meestal in aanmerking voor een forfaitaire aftrekpost in het kader van de inkomstenbelasting. Het te betalen alimentatiebedrag plus de andere kosten die deze ouder voor een kind betaalt dienen dan boven een bepaalde grens te zijn. Verder mag deze ouder ten behoeve van dat kind geen kinderbijslag ontvangen. Deze aftrekpost is toch al een hele tijd niet meer van toepassing? Graag hoor ik van u, Ben

Sarah Köller

Door

Sarah Köller

op 21 September 2016

Beste Ben, Daar heeft u helemaal gelijk in. De tekst van deze blog is wat dit onderwerp betreft door de tijd ingehaald. Per 1 januari 2015 is deze regeling afgeschaft.

Reactie plaatsen