
Nieuwe partner en omgangsregeling: wat mag wel en wat niet?
Een nieuwe partner brengt vaak nieuwe energie in je leven. Maar als er kinderen zijn en een omgangsregeling loopt, roept dat ook vragen op. Wat mag je nieuwe partner wel doen? Wat juist niet? En mag je ex zich daar eigenlijk mee bemoeien?
De komst van een nieuwe partner raakt niet alleen jou, maar ook je kind en je ex-partner. Emoties kunnen oplopen, zeker als er onzekerheid of jaloezie meespeelt. Juist dan is het belangrijk om onderscheid te maken tussen gevoel en recht. Want juridisch ligt het anders dan veel mensen denken.
In dit blog leg ik helder uit wie het gezag heeft, wat een nieuwe partner wel en niet mag, wanneer een rechter kan ingrijpen en hoe je conflicten voorkomt. Zo krijg je duidelijkheid over je positie en kun je keuzes maken die passen bij het belang van je kind.
In het kort: Wat mag wel en wat mag niet met je nieuwe partner en de omgangsregeling?
Een nieuwe partner heeft géén automatisch ouderlijk gezag en dus geen wettelijk recht om zelfstandig beslissingen te nemen over het kind. Tijdens de omgang is de ouder met gezag verantwoordelijk en bepaalt die ouder wie erbij mag zijn. Het belang van het kind staat altijd centraal. Alleen bij concrete zorgen om veiligheid of welzijn (bijvoorbeeld agressie, verslaving) kan de rechter in de omgangsregeling ingrijpen.

Op zoek naar een mediator of echtscheidingsadvocaat?
Op zoek naar een advocaat of mediator die je helpt bij de afwikkeling van jouw scheiding. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Vrijblijvend kennismakenWie heeft het ouderlijk gezag na scheiding?
Ouderschaps- of ouderlijk gezag betekent het recht en de plicht om belangrijke beslissingen te nemen over opvoeding, school, medische zorg en dergelijke voor het kind. Volgens de wet mogen ouders met gezag deze keuzes maken en zorgen voor hun kind. In Nederland krijgen beide ouders bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap automatisch samen gezag over de kinderen.
Zijn ouders niet gehuwd, dan heeft de moeder standaard het gezag en kan de vader dit (bij geboorte of erkenning na 1-1-2023) vaak verkrijgen. Na een scheiding behouden de meeste ouders het gezamenlijk gezag: ze blijven samen de belangrijkste beslissingen in de opvoeding nemen. Slechts in uitzonderlijke gevallen vraagt een ouder bij de rechter eenhoofdig gezag aan, bijvoorbeeld als gezamenlijk gezag echt niet meer werkt.
Een nieuwe partner van één van de ouders krijgt niet automatisch gezag of ouderschapsrechten over het kind. Ook als je gaat samenwonen of trouwen met je partner, blijft het gezag formeel bij de biologische ouders (of degene die gezag heeft). Een stiefouder kan soms een vorm van mede-gezag aanvragen via de rechter (bijvoorbeeld als hij of zij al lange tijd fulltime voor het kind zorgt), maar dat moet bewust worden aangevraagd.
Wat mag een nieuwe partner doen tijdens de omgang?
Een nieuwe partner mag aanwezig zijn tijdens omgangsmomenten en meedoen aan het dagelijkse gezinsleven. Als het kind bij jou is, kan je partner helpen met dagelijkse zorg: bijvoorbeeld samen met je koken, het kind naar school brengen, spelen of huiswerk maken.
Ook activiteiten zoals samen een uurtje buiten spelen of meegaan op vakantie met het samengestelde gezin zijn toegestaan. De partner kan meedenken over huisregels of helpen rust te brengen in de thuissituatie. In al deze gevallen blijft de ouder met gezag eindverantwoordelijk en neemt die ouder de definitieve beslissingen.
Een nieuwe partner kan vrij deelnemen aan de omgangssituaties thuis, maar beslissingen over school, medische zorg of woonplaats blijven voorbehouden aan de ouder met gezag. Deze ondersteunende rol van de nieuwe partner kan voor het kind heel waardevol zijn. Tegelijk zorgt het ervoor dat de ouderlijke rollen en verantwoordelijkheden helder blijven. Het kind komt niet in de knel tussen twee volwassenen omdat de ouder blijft aangeven hoe en wanneer belangrijke zaken geregeld worden.
Wat mag een nieuwe partner juridisch niet beslissen?
Een nieuwe partner mag geen formele beslissingen nemen die alleen aan ouders of gezagsdragers toekomen. Denk aan het kiezen van een school, het wijzigen van de verblijfsregelingen, beslissingen over medische behandelingen of het beheersen van geldzaken van het kind. Zonder wettelijk gezag mag de partner ook niet zelfstandig bepalen of en hoe vaak het kind contact heeft met de andere ouder.
Bovendien mag de partner niet stelselmatig proberen om het kind negatief te beïnvloeden of het contact met de andere ouder te verhinderen. Als een nieuwe partner structureel de omgang tussen het kind en de andere ouder zou blokkeren of het kind onder druk zet (bijvoorbeeld: “als je naar papa gaat, mag ik je geen snoepjes geven”), dan is dat onwenselijk en kan dat in de toekomst gevolgen hebben voor de omgangsregeling.
Belangrijk om te benadrukken is dat de ouder met gezag de eindverantwoordelijkheid behoudt. De partner kan advies geven of helpen opvoeden, maar de ouder bepaalt de huisregels en kan aangeven wat wel en niet mag. Een nieuwe partner hoort niet “de baas” te spelen over het kind, zeker niet als de andere ouder daar bezwaar tegen heeft of niet betrokken is. Zo’n situatie kan leiden tot spanningen en heeft de potentie om het reeds gemaakte ouderschapsplan te verstoren.

Mag mijn ex verbieden dat mijn nieuwe partner erbij is?
In principe mag de ouder bij wie het kind verblijft zelf bepalen wie er in zijn of haar huis aanwezig is tijdens de omgang. Dat betekent dat de ex-partner die op dat moment geen zorg over het kind heeft, niet kan voorschrijven wie er tijdens jouw omgang aanwezig is. Als je kind bij jou is, ben jij verantwoordelijk en bepaal jij wie er in jouw woning komt. Je ex-partner kan dat niet eenzijdig tegenhouden of verbieden.
Alleen als de veiligheid of de ontwikkeling van het kind in gevaar komt, kan de rechter ingrijpen. Bijvoorbeeld als een nieuwe partner geweld laat zien, ernstige verslavingsproblemen heeft of op een andere manier onveilig is voor het kind, kan de omgang beperkt of extra voorwaarden opgelegd worden. Bij zulke ernstige zorgen moet aangetoond worden dat het kind echt risico loopt. In dat geval kan de bevoegde rechter of een kinderrechter toetsen of er aanpassingen nodig zijn. Maar puur persoonlijke afkeuring of onvrede over de nieuwe partner rechtvaardigt geen juridische blokkade van de omgang.
Wat als mijn kind mijn nieuwe partner niet accepteert?
Het is heel normaal dat kinderen in het begin aanpassen aan een nieuwe persoon in het gezin moeilijk vinden. Vaak voelen kinderen zich schuldig of zijn ze loyaal aan de ouders. Een kind kan bang zijn dat hij de andere ouder “verraadt” als het bevriend raakt met je nieuwe partner. Dit kan tot spanningen leiden: het kind kan zich terugtrekken of aangeven jouw partner niet aardig te vinden.
Juridisch verandert er meestal niets aan de omgangsregeling alleen omdat een kind zich ongemakkelijk voelt. Het belang van het kind gaat voor, maar dat betekent niet automatisch dat de omgang stopt. In de praktijk is het beter om het kind de tijd te geven en stap voor stap kennis te laten maken.
Geleidelijke introductie helpt: laat het kind bijvoorbeeld eerst rustig aan wennen, laat de partner af en toe meegaan naar het ophalen van de school en bouw zo het contact op. Stel duidelijke afspraken in huis, zodat het kind weet welke rol de nieuwe partner heeft. Als het kind echt probleemgedrag vertoont, kun je overwegen om (samen met de andere ouder) begeleiding in te schakelen.
Wanneer krijgt een stiefouder ouderlijk gezag?
Een nieuwe partner krijgt niet automatisch ouderlijk gezag. Wel kunnen er, wanneer bepaalde formele stappen worden gezet, rechten en plichten als stiefouder ontstaan.
Zo kan een stiefouder via een rechter om (mede)gezag verzoeken als daarvoor voldaan is aan strikte voorwaarden (bijvoorbeeld: ten minste drie jaar zorg dragen voor het kind en het kind tenminste één jaar bij de stiefouder wonen). Als dit lukt, heeft de stiefouder dezelfde juridische bevoegdheden als een ouder.
Bij jonge kinderen kan een nieuwe partner ook stiefouderlijk gezag krijgen via adoptie of gezamenlijke erkenning. Bijvoorbeeld: als twee ouders samen een kind krijgen (huwelijk of geregistreerd partnerschap), krijgt ook de partner automatisch gezag. Ook na geboorte kan een stiefouder adoptie aanvragen als beide ouders daarmee instemmen. Zonder zo’n procedure blijft de partner een externe, ook al zorgt hij of zij dagelijks voor het kind.
Kortom: alleen door een juridische procedure (bijvoorbeeld verzoek bij de rechtbank) kan een nieuwe partner formeel bevoegdheden krijgen. Anders blijft zijn of haar rol feitelijk en ondersteunend.

Conflicten over een nieuwe partner: waarom lopen emoties zo op?
In de praktijk ontstaan vaak emotionele conflicten over een nieuwe partner.
Jaloezie of angst voor vervanging
De niet-verhuisde ouder kan zich buitengesloten of minder belangrijk voelen. De terugkerende ouder wil soms alles delen met de nieuwe partner, wat bij de ex zeker gevoelens kan oproepen.
Verschillende opvoedingsstijlen en normen
De nieuwe partner kan een andere mening hebben over regels, discipline of normen. Dit kan tot botsingen leiden, vooral als het kind daar tussendoor komt te staan.
Angst om buitengesloten te worden
Ouders zonder samenwonende partner kunnen bang zijn dat ze minder invloed op het kind hebben, zeker als de partner er voortdurend bij is.
Kinderen in een loyaliteitsconflict
Zoals eerder genoemd, kunnen kinderen niet weten hoe ze zich moeten opstellen naar beide ouders toe.
Deze situaties vragen om duidelijke communicatie. Bespreek samen wat ieders rol is en hoe jullie omgangsregeling eruitziet.
Houd het belang van het kind centraal: leg uit aan de kinderen dat papa en mama team blijven als ouders. Het kan helpen om externe hulp in te schakelen (bijvoorbeeld mediation): een neutraal bemiddelaar kan jullie helpen afspraken te maken over de rol van de nieuwe partner en de omgang. Samen afspraken maken voorkomt dat kleine irritaties zich ophopen tot een groot conflict.

Nieuwe partner introduceren: praktische tips voor ouders
De komst van een nieuwe partner kan veel losmaken bij een kind. Door bewust en zorgvuldig te handelen, voorkom je onnodige spanning en misverstanden. Met duidelijke afspraken en oog voor het tempo van je kind leg je een rustige basis voor deze nieuwe situatie.
Introduceer geleidelijk
Laat de partner rustig kennis maken, eerst zonder druk. Begin misschien met een kort bezoek of activiteit en bouw dit langzaam op. Houd het tempo aan wat het kind aankan.
Bespreek regels vooraf
Leg met je ex af welke grenzen belangrijk zijn. Bijvoorbeeld: “Als ik het kind ophaal, houd ik hem even bij me.” Duidelijke, eenvoudige afspraken (ook over wie bijvoorbeeld mee mag naar ouderavonden) voorkomen later discussies.
Respecteer de andere ouder
Praat niet negatief over je ex-partner (of diens nieuwe partner) tegen de kinderen. Toon respect in hoe je over de ex spreekt, dit helpt het kind zich veilig te voelen en voorkomt loyaliteitsconflicten.
Houd het belang van het kind voorop
Bij iedere beslissing vraag je je af wat het beste is voor het kind. Houd het kind zoveel mogelijk buiten de machtsstrijd en conflicten tussen de volwassenen.
Maak duidelijke rolafspraken
Geef de nieuwe partner een concrete rol (bijvoorbeeld hulp bij huiswerk of sportactiviteiten) zodat iedereen weet wat diens plek is. Zo voelt het kind dat de partner óók van nut is en voorkomt onduidelijkheid.
Wanneer moet je naar de rechter bij conflicten over een nieuwe partner?
In de meeste gevallen kunnen ouders conflicten oplossen zonder juridische stappen. Naar de rechter ga je pas als er ernstige problemen zijn die jullie zelf niet kunnen oplossen. Dat kan bijvoorbeeld zijn:
- Bij aantoonbaar onveilige situaties: bijvoorbeeld mishandeling, alcohol- of drugsgebruik door een nieuwe partner tijdens omgangsweken.
- Als de omgang geregeld wordt verstoord: als een ex de omgang structureel tegenwerkt of zich niet aan gemaakte afspraken houdt, zodat de communicatie volledig vastloopt.
- Als ouders (binnen mediation of onderlinge gesprekken) er echt niet uitkomen over de omgang en het kind er ernstige nadelen van ondervindt.
De rechter komt dan alleen in actie als het kind in gevaar is of als afspraken niet nageleefd worden. Een rechter kan de omgangsregeling aanpassen of extra voorwaarden stellen (zoals toezicht) als dat in het belang van het kind is. Proceskosten kunnen hoog zijn en een rechtszaak kost tijd, dus het is vaak verstandiger eerst mediation of advies te zoeken.
Veelgestelde vragen - FAQ
Wanneer er een nieuwe partner in beeld komt, roept dat vaak veel vragen op. Niet alleen emotioneel, maar ook juridisch: wat mag wel en wat niet, en wie bepaalt dat eigenlijk? In deze veelgestelde vragen vind je heldere antwoorden, zodat je weet waar je aan toe bent en discussies kunt voorkomen.
Heeft een nieuwe partner recht op omgang?
Nee, een nieuwe partner heeft zelf geen wettelijk recht op omgang met je kind. Alleen ouders of voogden hebben een omgangsrecht. De nieuwe partner kan wel betrokken worden bij de omgang als de ouder met gezag dat toestaat, maar hij of zij heeft geen aparte juridische aanspraak. Het “recht op omgang” geldt alleen voor de biologische ouders (of degenen met gezag) en niet voor hun partners.
Mag mijn ex eisen dat mijn nieuwe partner er niet bij is?
Nee, een ex-partner kan dat in principe niet bepalen. De ouder bij wie het kind is, bepaalt zelf wie aanwezig is tijdens het huisbezoek of de gezamenlijke activiteiten. De andere ouder heeft op zijn beurt geen formele zeggenschap over jouw privéhuis. Alleen bij concrete veiligheidsrisico’s kan een rechter beperkingen opleggen. Gewoon persoonlijke ergernis of ongenoegen over de nieuwe partner is géén juridisch argument om de partner uit te sluiten.
Kan een stiefouder gezag krijgen?
Ja, maar niet automatisch. Een stiefouder kan pas gezag krijgen door een formele procedure. Bijvoorbeeld via adoptie (met toestemming van de biologische ouder) of via een verzoek bij de rechtbank om gezamenlijk gezag. Hieraan zitten strenge voorwaarden en het loopt via de rechter. Zonder zo’n juridische stap blijft de stiefouder geen gezagsdrager in de ogen van de wet.
Wat als mijn kind weigert te komen vanwege mijn partner?
Het is belangrijk om loyaaliteitsconflicten bij het kind serieus te nemen, maar het gezag en de omgangsregeling blijven leidend. Weerstand of verdriet alleen is meestal geen reden voor de rechter om de omgang stil te leggen. Probeer het kind niet te dwingen, maar ga stap voor stap te werk.
Overweeg eventueel kindvriendelijke hulp (bijvoorbeeld gesprekken met een mediator) als je kind het erg lastig heeft. Het doel is dat het kind zich veilig voelt bij allebei de ouders, ook als daar nieuwe partners in beeld zijn.
Wat als mijn nieuwe partner zich te veel bemoeit?
Een actieve rol van een nieuwe partner is meestal positief, maar wordt pas problematisch als die stelselmatig in de ouderlijke rol gaat zitten of de omgang tussen het kind en de andere ouder blokkeert. Als de partner negatief beïnvloedt of verhindert dat het kind de andere ouder ziet, kan dit juridisch gevolgen hebben. Herhaaldelijke pogingen om de omgang te saboteren zijn niet toegestaan. In zulke gevallen kan de rechter eventuele aanpassingen in de omgangsregeling opleggen om het belang van het kind te beschermen.
Conclusie: duidelijkheid over de rol van een nieuwe partner
Een nieuwe partner krijgt geen automatisch ouderlijk gezag en heeft geen eigen gezagsbevoegdheden. Het is de ouder met gezag die in principe bepaalt wie er tijdens de omgang aanwezig is. De focus blijft altijd liggen op het belang en de veiligheid van het kind.
Normale betrokkenheid van de partner bij de zorg is toegestaan, maar besluiten over school, gezondheid, verblijf en contact met de andere ouder blijven voorbehouden aan de gezaghebbende ouder. Conflicten over nieuwe partners zijn vaak emotioneel, maar onterechte blokkade van de omgang is juridisch niet zomaar mogelijk. Bij ernstige problemen kan juridische hulp nodig zijn; in alle andere gevallen helpen goede afspraken en heldere communicatie om onnodige ruzies te voorkomen.

Op zoek naar een mediator of echtscheidingsadvocaat?
Op zoek naar een advocaat of mediator die je helpt bij de afwikkeling van jouw scheiding. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Vrijblijvend kennismaken









