uithuisplaatsing (UHP), hoe gaat dat in zijn werk?

Uithuisplaatsing (UHP), hoe gaat dat in zijn werk?

Bij een uithuisplaatsing wonen kinderen tijdelijk niet meer bij hun ouders. Dit is aan de orde als de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de kinderen zodanig wordt bedreigd dat zij tijdelijk uit de gezinssituatie moeten worden gehaald. Daarmee worden de kinderen beschermd tegen deze bedreigende situatie. Zij worden opgevangen in een stabiele en veilige omgeving, waar zij de juiste verzorging krijgen. Het hele gezin kan dan even tot rust komen. Soms is het daarbij nodig dat ouders worden behandeld of opgenomen (bijvoorbeeld als er sprake is van ernstige manisch depressiviteit), voordat de kinderen weer terug naar huis kunnen.

Procedure

Als het gezin vrijwillig hulpverlening krijgt, of als er sprake is van een ondertoezichtstelling, kunnen hulpverleners een uithuisplaatsing voorstellen. Indien het gezin daarmee instemt worden de kinderen uit huis geplaatst. Als het gezin het er niet mee eens is kunnen Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming bij de kinderrechter vragen de kinderen uit huis te plaatsen. Omdat dit voor zowel de ouders als voor de kinderen een ingrijpende procedure is, moeten de hulpverleners het verzoek goed motiveren. Zij moeten aangeven waarom de dit noodzakelijk is en andere, minder zware middelen geen uitweg meer bieden.

De kinderrechter voert na ontvangst van het verzoek eerst gesprekken met de ouders. Vervolgens met de kinderen die ouder zijn dan 12 jaar. Hierna komt de rechter tot een beslissing. Tegen deze beslissingen is hoger beroep bij het Gerechtshof mogelijk.

Waar wonen de kinderen tijdens een uithuisplaatsing?

Tijdens een uithuisplaatsing wonen de kinderen bij een familielid, in een pleeggezin, een open instelling of, als dat nodig is, in een gesloten instelling voor jeugdzorg. Dat laatste is meestal alleen het geval bij kinderen met ernstige gedragsproblemen. 

Of kinderen tijdens de uithuisplaatsing contact hebben met hun ouders hangt af van de situatie en het doel van de uithuisplaatsing. De kinderrechter kan hierover regels opleggen, waar ouders zich aan moeten houden. Als de kinderrechter dat niet doet, bepaalt de gezinsvoogd of er contact mogelijk is. En zo ja, hoe dit eruit zou moeten zien. Dit zijn echter aanwijzingen, ouders hoeven zich hier niet aan te houden.

Duur en beëindiging

De uithuisplaatsing duurt maximaal één jaar. Op verzoek van Bureau Jeugdzorg of de Raad van de Kinderbescherming kan de uithuisplaatsing steeds met maximaal één jaar worden verlengd.

Bureau Jeugdzorg mag, in overleg met de Raad voor de Kinderbescherming, de uithuisplaatsing beëindigen. Ouders of kinderen van 12 jaar en ouder kunnen Bureau Jeugdzorg ook verzoeken de uithuisplaatsing te beëindigen of te verkorten.

Reactie plaatsen