Bureau Jeugdzorg op de schop(stoel)
23 augustus 2013 
in Opinie
2 min. leestijd

Bureau Jeugdzorg op de schop(stoel)

In het Algemeen Dagblad stond vorige week een artikel over de belabberde kwaliteit van de rapportages van Bureau Jeugdzorg. Deze rapportages zijn erg belangrijk omdat de rechter op basis hiervan een beslissing neemt over het al dan niet uithuisplaatsen van kinderen. Sinds dit artikel wordt de kinderombudsman overspoeld met nieuwe klachten.

Als advocaat kan ik hierover meepraten. Niet alleen de ouders en de minderjarigen zelf zijn te vaak erg ontevreden over het handelen van jeugdzorg, ook pleegouders worden geconfronteerd met onbegrijpelijke beslissingen. Zo heb ik eens een pleegmoeder bijgestaan die, al sinds het kind enkele weken oud was, voor het jongetje zorgde. Toen het kind drie was vond Bureau Jeugdzorg dat het kind dichter bij zijn ouders moest wonen. Dat het kind nooit meer bij zijn ouders thuis kon wonen was duidelijk. Het zou dus een ander pleeggezin worden.

Een kind van drie zit midden in de hechtingsontwikkeling. Vooral in de eerste zes jaren van het leven leren mensen zich te hechten. Dit is erg belangrijk omdat je leert relaties aan te gaan, essentieel om als volwassene goed te kunnen functioneren. Voor dit leren hechten heb je een vertrouwde en stabiele plek nodig. Je kunt een kind van drie jaar oud daarom niet zomaar overplaatsen. Zeker niet enkel om praktische overwegingen als reistijdverkorting. Desondanks heeft de pleegmoeder meegewerkt aan de overplaatsing in de veronderstelling dat Bureau Jeugdzorg toch weet wat het doet. De overplaatsing mislukte al na drie maanden, het jongetje miste zijn pleegmoeder verschrikkelijk en plots bleek het nieuwe pleeggezin te gaan verhuizen naar een andere provincie. Getraumatiseerd kwam het jongetje terug naar pleegmoeder.

Twee jaar later bedacht jeugdzorg opnieuw dat het jongetje terug moest naar de provincie van zijn ouders. Een volgend pleeggezin werd bereid gevonden het jongetje op te nemen. Ditmaal heeft pleegmoeder haar poot stijf gehouden en mij ingeschakeld. Het jongetje zag pleegmoeder als zijn moeder. Hij wist niet beter. Nadat jeugdzorg had aangekondigd de overplaatsing toch te zullen uitvoeren is pleegmoeder naar de rechter gestapt; Bureau Jeugdzorg moest een onafhankelijk deskundigenonderzoek laten doen naar de vraag of overplaatsing schadelijk zou zijn. Uit dit onderzoek bleek (niet verrassend) dat het jongetje te veel gehecht was aan zijn pleegmoeder om hem nu nog over te plaatsen naar een ander pleeggezin. Daar hoef je toch geen deskundige voor te zijn, zou ik denken, om te beseffen dat een kind van vijf dat al zijn hele leven in een gezin woont, daar gehecht is en dus niet zomaar kan worden overgeplaatst.

Niet te geloven vind ik die actie van de instantie die juist kinderen moet beschermen. Bureau Jeugdzorg raakt verstrikt in de eigen rapportages. Rapportages die grotendeels herhalingen zijn van de eerdere rapportages. Knip en plakwerk. Gezinsvoogden die elkaar opvolgen, met verlof gaan, ziek worden. Gezinsvoogden die soms erg onervaren zijn en die soms niet in staat zijn om in complexe zaken het overzicht te behouden maar desondanks een standpunt innemen. Waar is de kinderrechter vraag ik mij af, als weer een niet feitelijk onderbouwd rapport opgesteld door jeugdzorg, voetstoots voor waar wordt aangenomen en een uithuisplaatsing wordt verlengd in een zaak waarvan de ouders menen dat hun kind weer thuis kan wonen. Kritische vragen over de inhoud, onderbouwing en totstandkoming van een rapport worden vaak niet gesteld. Op het rapport wordt vertrouwd omdat Bureau Jeugdzorg er geen belang bij heeft om een verkeerde voorstelling van zaken te geven, en de ouders en kinderen wel.

De medewerkers van jeugdzorg zijn vaak oprecht betrokken en gedreven. Het geven van de verkeerde voorstelling door jeugdzorg volgt niet uit een neiging om te liegen maar wel uit onmacht door te hoge werkdruk en te weinig deskundige kennis bij de gezinsvoogden. Bureau Jeugdzorg moet op de schop om de kwaliteit van de jeugdbescherming in Nederland te verbeteren.

Over de schrijver
Mijn naam is Sarah Köller. Ik ben advocaat mediator met een eigen praktijk op Walcheren (Zeeland) en in Amsterdam. Ik ben gespecialiseerd in het begeleiden van mensen die gaan scheiden. Daarnaast geef ik opleiding aan andere gespecialiseerde advocaten en mediators. In 2012 schreef ik het boek ‘scheiden’ en in 2015 het boek ‘trouwen’. Ik studeer psychologie aan de open universiteit. Gedegen kennis van de psychologie is naar mijn mening van onschatbare waarde in de familierechtpraktijk. Mijn missie: Een scheiding zonder verliezers!
Reactie plaatsen